Techniek

Zonnepanelen op de camper, maand voor maand doorgerekend

Een paneel van 300 watt levert in juni bijna tien keer zoveel als in december. Dat ene gegeven bepaalt of jouw investering klopt — en de meeste verkoopgesprekken slaan het over.

Redactie · · 11 min lezen

Twee zonnepanelen plat gemonteerd op het dak van een camper, met kabeldoorvoer op de voorgrond.
Twee zonnepanelen plat gemonteerd op het dak van een camper, met kabeldoorvoer op de voorgrond.

Er wordt over zonnepanelen op een camper gesproken alsof het een schakelaar is: erop, en je staat vrij. Zo werkt het niet. Een zonnepaneel is een bron die per maand met een factor tien varieert, op een dak dat plat ligt, boven een accu die vaak al vol is op het moment dat de zon het hardst schijnt.

Dat maakt de investering niet slecht. Het maakt hem alleen anders dan hij wordt verkocht. Hieronder rekenen we hem door: wat een paneel werkelijk levert, wat daarvan bruikbaar is, wat het geheel kost en na hoeveel jaar je het terugziet. Geen rekensom die naar een gewenste uitkomst toewerkt.

Wat een paneel op een camperdak werkelijk levert

Het getal op de sticker — 300 Wp, 400 Wp — is een laboratoriumwaarde. Het is wat het paneel levert bij 1000 watt instraling per vierkante meter, loodrecht op de cellen, bij 25 graden celtemperatuur. Op een camperdak in Nederland klopt geen van die drie voorwaarden.

Drie verliesposten die je vrijwel altijd hebt:

  • Platte montage. Een paneel dat vast op het dak ligt, staat het hele jaar horizontaal. Een optimaal gekantelde opstelling van ongeveer 35 graden op het zuiden levert in Nederland grofweg tien tot vijftien procent meer dan een horizontaal paneel. In de winter is dat verschil veel groter, omdat de zon dan laag staat en een plat paneel het licht bijna zijdelings binnenkrijgt.
  • Temperatuur. Zwarte panelen op een donker dak worden in de zomer heet. Boven de 25 graden celtemperatuur zakt het rendement met ongeveer een half procent per graad. Op een windstille julidag verlies je daar zo tien procent mee.
  • Schaduw. Een dakluik, een antenne, een dakkoffer, een tak boven de parkeerplaats. Bij panelen zonder eigen bypass-optimalisatie trekt één beschaduwde cel de hele string omlaag. Dit is in de praktijk de grootste en meest onderschatte verliespost, juist omdat je vaak in de schaduw parkeert als het warm is.

Reken daarom niet met wattpiek maar met wattuur per dag. Voor een plat gemonteerd paneel in Noordwest-Europa zijn dit realistische dagopbrengsten, uitgedrukt per wattpiek geïnstalleerd vermogen:

MaandWh per dag per Wp300 Wp installatie600 Wp installatie
Januari0,35~105 Wh~210 Wh
Februari0,7~210 Wh~420 Wh
Maart1,5~450 Wh~900 Wh
April2,4~720 Wh~1.440 Wh
Mei3,2~960 Wh~1.920 Wh
Juni3,5~1.050 Wh~2.100 Wh
Juli3,4~1.020 Wh~2.040 Wh
Augustus2,9~870 Wh~1.740 Wh
September2,0~600 Wh~1.200 Wh
Oktober1,1~330 Wh~660 Wh
November0,5~150 Wh~300 Wh
December0,3~90 Wh~180 Wh

Twee dingen springen eruit. Van juni naar december zakt de opbrengst met ruim negentig procent. En de bruikbare periode is korter dan het reisseizoen: half oktober is een 300 Wp-installatie in Nederland al terug op het niveau van een goede powerbank.

Verder naar het zuiden verschuift dat beeld. In Zuid-Spanje of Portugal ligt de winteropbrengst grofweg op het dubbele tot drievoudige van de Nederlandse, en staat de zon hoog genoeg dat platte montage minder pijn doet. Wie overwintert, rekent daarom met andere getallen dan wie in de Ardennen staat.

Kort gezegd Reken je installatie op de maand waarin je hem het hardst nodig hebt, niet op het jaargemiddelde. Het jaargemiddelde staat nergens op de kalender.

Van opbrengst naar bruikbare stroom

Opgewekt is niet hetzelfde als gebruikt. Tussen het paneel en je koelkast zitten nog vier stappen die stroom kosten of weggooien.

De laadregelaar. Een PWM-regelaar knijpt de paneelspanning simpelweg af naar accuspanning en verliest daarbij in de praktijk twintig tot dertig procent. Een MPPT-regelaar zoekt het optimale werkpunt van het paneel en haalt er onder Nederlandse omstandigheden merkbaar meer uit — juist bij weinig licht en bij lage temperaturen. Het prijsverschil tussen beide is klein genoeg dat PWM eigenlijk alleen nog logisch is bij een enkel paneel van hooguit honderd watt.

De volle accu. Dit is het verlies dat niemand meerekent. Zodra je accu vol is, doet het paneel niets meer. Sta je drie zonnige dagen op één plek zonder veel te verbruiken, dan is dag twee en drie voor de helft weggegooid. De opbrengst uit de tabel haal je alleen als je hem ook daadwerkelijk wegzet in een accu die ruimte heeft.

De bruikbare accucapaciteit. Een AGM-accu van 100 Ah geeft je in de praktijk ongeveer 50 Ah zonder hem te beschadigen — bij 12 volt is dat zo'n 600 Wh. Een lithiumaccu van dezelfde nominale maat geeft er ruwweg 90 Ah, oftewel bijna 1.100 Wh. Dat verschil bepaalt hoeveel van een goede zonnedag je überhaupt kúnt opvangen. Wie zonnepanelen legt op een te kleine of te oude accubank, koopt vooral een mooi dak. Hierover meer in AGM of lithium: wat honderd ampère echt oplevert.

Je eigen verbruik. Zonder cijfers hierover is de hele som zinloos. Een indicatie van een gemiddeld tweepersoonsverbruik per etmaal:

VerbruikerVerbruik per etmaal
Compressorkoelkast, zomer500–800 Wh
Compressorkoelkast, voorjaar250–400 Wh
Ledverlichting, avond40–80 Wh
Waterpomp20–40 Wh
Verwarmingsventilator en besturing150–350 Wh
Laptop en telefoons100–200 Wh
Router, hele dag aan70–120 Wh

Tel dat op en je zit in de zomer al snel op 900 tot 1.500 Wh per etmaal. Vergelijk dat met de junikolom hierboven: 300 Wp dekt dat niet, 600 Wp net wel, en in september valt de dekking bij beide om.

Serie of parallel, en waarom dat je winterdag bepaalt

Twee panelen kun je op twee manieren aansluiten, en het verschil merk je vooral op de dagen dat er weinig te halen valt.

Parallel telt de stroom op en houdt de spanning gelijk. Bij zwak licht komt de paneelspanning dan soms nauwelijks boven de accuspanning uit, en dan begint een MPPT-regelaar simpelweg niet. Op een grijze novemberochtend staat je installatie stil terwijl er wel degelijk licht is.

In serie telt de spanning op. Twee panelen van elk zo'n twintig volt nullastspanning geven samen veertig volt, en dan heeft de regelaar ruim genoeg marge om ook bij weinig licht te beginnen — en om door te gaan tot later op de avond. Het nadeel is bekend: bij schaduw op één paneel zakt de hele string in.

De praktische afweging is daarmee een keuze tussen twee soorten verlies. Sta je vaak onder bomen of naast gebouwen, dan is parallel vergevender. Rijd je vooral in het voor- en najaar, in open landschap, dan levert serie je merkbaar meer bruikbare uren per dag.

Er is een tussenweg: twee losse MPPT-regelaars, één per paneel of per string. Dat kost een tweede regelaar, maar je koppelt de panelen los van elkaars problemen. Bij een installatie boven de vierhonderd wattpiek met een dakluik of dakkoffer ertussen is dat vrijwel altijd het geld waard.

Let bij serieschakeling op één ding: controleer de maximale ingangsspanning van je laadregelaar en reken met de nullastspanning bij vorst, niet met de spanning bij vijfentwintig graden. Bij kou loopt de paneelspanning op. Een regelaar die je in juli net binnen zijn bereik hield, kan in februari over zijn maximum gaan.

Wat het geheel kost

Losse panelen zijn goedkoop geworden. De rest niet. Een realistische kostenopbouw voor een installatie van 400 tot 600 Wp:

OnderdeelZelf doenIngebouwd
Panelen (400–600 Wp)€ 250 – € 450€ 350 – € 600
MPPT-laadregelaar€ 90 – € 250€ 120 – € 300
Dakbevestiging, lijm, doorvoer€ 80 – € 180inbegrepen
Kabel, zekeringen, schakelaar€ 60 – € 140inbegrepen
Arbeid—€ 400 – € 900
Totaal€ 480 – € 1.020€ 1.100 – € 1.900

Twee posten die er vaak bij komen en die zelden in de offerte staan: een accubank die groot genoeg is om de opbrengst op te vangen, en een dakdoorvoer die waterdicht blijft. Die laatste is geen luxe. Een lekkende doorvoer boven een houten dakconstructie kost je een veelvoud van de hele installatie — zie ook Wat vochtschade kost als je er een seizoen mee doorrijdt in Onderhoud.

De terugverdientijd, in drie scenario's

Terugverdienen kan maar op één manier: door nachten met walstroom te vervangen door nachten zonder. Alles daarbuiten is comfort, geen rendement.

Scenario 1 — de weekendrijder. Veertig nachten per jaar, vrijwel altijd op een camperplaats of camping, meestal met stroomaansluiting. De toeslag voor elektra ligt op Nederlandse en Duitse camperplaatsen doorgaans tussen € 2 en € 6 per nacht. Stel je slaat door de panelen de helft van die aansluitingen over: twintig nachten maal € 4 is € 80 per jaar. Op een zelfbouwinstallatie van € 700 is dat bijna negen jaar. Ingebouwd: ruim vijftien.

Scenario 2 — de langtijdreiziger. Honderdvijftig nachten per jaar, waarvan het merendeel buiten campings. Zonder panelen zou je elke drie tot vier dagen een camping moeten aandoen om bij te laden — reken zeventig extra campingnachten van € 25. Dat is € 1.750 per jaar aan vermeden kosten. Zelfs de ingebouwde installatie is dan binnen één seizoen terugverdiend.

Scenario 3 — de winterrijder. Zestig nachten, zwaartepunt tussen november en maart, in Noordwest-Europa. Kijk terug naar de tabel: je installatie levert in die maanden 90 tot 330 Wh per dag, terwijl je verwarmingsbesturing alleen al meer vraagt. Je verdient hier niets terug. Je koopt een accu die iets minder snel leegloopt.

Dat is de eerlijke uitkomst van deze doorrekening: zonnepanelen zijn financieel interessant naarmate je meer nachten buiten de infrastructuur staat, en financieel oninteressant zodra je vooral in het donkere halfjaar rijdt.

Wanneer je het beter niet doet

Er zijn drie situaties waarin het antwoord nee is.

Je rijdt korte ritten van een paar uur en staat dan lang stil in de zomer. Dan is een goede DC-DC-lader op je dynamo goedkoper en levert hij per rit meer dan je paneel op een dag doet.

Je hebt een oude, vermoeide loodaccu. Panelen maken die niet beter. Vervang eerst de opslag, dan pas de opwekking — anders financier je opbrengst die nergens heen kan.

Je dak is al vol, of het is een dak waar je liever niet in boort. Kijk dan naar een draagbaar vouwpaneel van 100 tot 200 Wp dat je in de zon legt terwijl de camper in de schaduw staat. Dat is bewerkelijker, maar in de zomer vaak productiever dan een vast paneel dat de halve dag onder een boom ligt.

Voor je bestelt

  • Meet een week lang je werkelijke verbruik met een shunt-accumonitor, niet met een schatting.
  • Bepaal in wélke maanden je autonoom wilt staan, en reken met díe regel uit de tabel.
  • Controleer of je accubank de dagopbrengst kan opnemen zonder vol te raken voor het middaguur.
  • Kies MPPT boven PWM, tenzij je onder de honderd watt blijft.
  • Zeker de kabel aan de accuzijde, niet alleen aan de paneelzijde.
  • Kies een dakdoorvoer met dubbele afdichting en controleer die elk voorjaar.
  • Vraag bij inbouw expliciet naar de garantie op de dakdoorvoer, niet alleen op de elektronica.

Het oordeel

Voor wie meer dan honderd nachten per jaar buiten campings staat, is dit een van de weinige camperinvesteringen die zichzelf binnen twee seizoenen terugbetaalt — koop dan ruim, minimaal 500 Wp, met een lithiumbank eronder. Voor de weekendrijder is de rekensom ongunstig, en dat is prima: koop het dan omdat je liever aan een meer staat dan aan een stroompaal, en noem het geen investering. En wie vooral in de winter rijdt, kan zijn geld beter in isolatie en een tweede gasfles steken.

Heb jij je installatie doorgemeten en weet je wat hij in september werkelijk levert? Deel je opbrengstcijfers en je opstelling met de redactie — we verzamelen praktijkdata van Nederlandse en Belgische campers om deze tabel scherper te krijgen dan elke folder.

Verder lezen

Advertenties