De Vogezen liggen op ongeveer zeshonderd kilometer van de Nederlandse grens, en dat is precies de reden dat ze worden overgeslagen: te ver voor een weekend, te dichtbij om er een reisdoel van te maken. Zonde, want het is een van de weinige middelgebergtes in Europa waar campers welkom zijn, de wegen breed genoeg blijven en de hoogtes te doen zijn zonder dat je motor het weet.
Deze route loopt van west naar oost: van de bosrijke westhelling over de kammen naar de wijnbouwrand van de Elzas. Zeven etappes, elke dag kort rijden en lang blijven staan.
Voor je vertrekt
De Route des Crêtes — de kammenweg — is de ruggengraat van deze reis. Delen daarvan zijn in de winter afgesloten wegens sneeuw, en op enkele plekken gelden beperkingen. Controleer voor vertrek de actuele status en of er hoogte- of gewichtsbeperkingen gelden op de trajecten die je wilt rijden.
Verder: Frankrijk kent milieuzones in de grotere steden, waarvoor een Crit'Air-vignet nodig is. Op deze route rijd je er grotendeels omheen, maar Colmar en Mulhouse liggen dicht bij de eindetappes. De volledige voorbereidingslijst staat in Wat je per land regelt voordat je de grens over gaat.
Etappe 1 — Aankomen in het westen
Ongeveer 30 km, licht stijgend.
Begin ten oosten van Épinal en rijd de eerste heuvels in. Dit is de zachte kant van de Vogezen: gemengd bos, meren, brede wegen. Gebruik deze dag om te acclimatiseren en om boodschappen te doen — de dorpen op de kammen hebben weinig en de openingstijden zijn Frans.
Staan: rond de meren in het gebied ten oosten van Épinal liggen meerdere gemeentelijke camperplaatsen, meestal eenvoudig en goedkoop.
Etappe 2 — Naar Gérardmer
Ongeveer 35 km, oplopend tot rond 700 meter.
Gérardmer is het toeristische hart van de westelijke Vogezen: een meer, een stadje, en in het hoogseizoen behoorlijk vol. Rijd er niet omheen — de omgeving is mooi — maar plan je nacht buiten het centrum. De hellingen rondom bieden rustiger plekken.
Let op: de wegen richting het meer zijn in juli en augustus druk en smal bij het passeren. Rijd 's ochtends.
Etappe 3 — Col de la Schlucht en de eerste kammen
Ongeveer 25 km, tot ruim 1.100 meter.
Vandaag ga je omhoog. De klim naar de Col de la Schlucht is gelijkmatig en goed te doen; het is geen alpenpas maar een lange, brede stijging door bos. Boven de boomgrens verandert het landschap abrupt in open, geveegde hoogvlakte met zicht tot in de Zwarte Woud en, bij helder weer, de Alpen.
Staan: hier begint het kammengebied. Er zijn parkeerterreinen bij de passen, maar overnachten is daar niet overal toegestaan — controleer de bebording ter plaatse en wijk uit naar een camperplaats in een van de dorpen aan de oostkant.
Etappe 4 — De kammenweg zelf
Ongeveer 40 km, grotendeels boven de 1.000 meter.
Dit is de dag waarvoor je komt. De Route des Crêtes volgt de kamlijn zuidwaarts, met links de Elzas diep beneden en rechts de Lotharingse kant. Onderweg passeer je de *fermes-auberges*: boerderijen die eenvoudige, stevige streekmaaltijden serveren. Reserveer, ook buiten het seizoen.
Rijadvies: de weg is breed genoeg, maar hij is populair bij motorrijders en wielrenners. Rijd rustig, gebruik uitwijkplaatsen en plan geen lange dag — het uitzicht is de reden om vaak te stoppen.
Etappe 5 — Afdalen naar de Elzas
Ongeveer 30 km, ruim 900 meter dalend.
De afdaling richting Munster is lang en gelijkmatig. Gebruik je motorrem in plaats van je voetrem; dit is een van de weinige plekken op deze route waar een zwaar beladen camper zijn remmen echt kan overbelasten.
Onder in het dal verandert alles: het bos maakt plaats voor akkers en vakwerkdorpen, en de temperatuur stijgt merkbaar.
Staan: Munster en de omliggende dorpen hebben goede, betaalbare camperplaatsen.
Etappe 6 — De wijnroute in etappes
Ongeveer 35 km, vlak.
De Route des Vins loopt langs de voet van de Vogezen door een aaneenschakeling van wijndorpen. Rijd niet de hele route in één dag — kies er drie dorpen uit en laat de rest liggen. De bekendste zijn ook de drukste; één dorp verder is het rustiger en het uitzicht is hetzelfde.
Praktisch: veel wijndomeinen bieden overnachtingsplekken voor campers aan, vaak gratis of tegen een kleine vergoeding bij aankoop. Dat is in deze streek de aangenaamste manier van staan.
Etappe 7 — Terug omhoog of naar huis
Naar keuze.
Twee opties. Rijd de Ballon d'Alsace op als je nog één kam wilt — de zuidelijkste en in sommige opzichten de mooiste. Of neem de vlakke route noordwaarts richting huis en houd de laatste dag kort.
Eten, boodschappen en openingstijden
Twee praktische zaken die deze route bepalen meer dan de hoogtemeters.
De dorpen op en rond de kammen zijn klein, en de winkels sluiten tussen de middag — vaak van twaalf tot twee, soms langer. Op zondag is vrijwel alles dicht en op maandagochtend een deel ook. Doe je grote boodschappen in Épinal of Gérardmer aan het begin, en vul onderweg alleen aan.
De *fermes-auberges* op de kammen zijn de reden dat je hier op een vast tijdstip wilt eten. Het zijn boerderijen die één streekmenu serveren, meestal met eigen kaas en vlees, en ze werken met beperkte openingstijden en beperkte plaatsen. Reserveer een dag vooruit. Buiten het seizoen zijn sommige gesloten.
Wat je vanaf de camper kunt doen
Deze route werkt het best als je hem niet als rijroute gebruikt maar als basis voor korte tochten. Vanaf vrijwel elke standplaats loopt er iets:
- Vanaf de kammen lopen wandelroutes langs de kamlijn met uitzicht naar beide zijden. Ze zijn goed gemarkeerd en meestal in twee tot vier uur te doen, met beperkt hoogteverschil omdat je al boven bent.
- De meren aan de westzijde zijn zwembaar in de zomer en er lopen vlakke rondjes omheen — geschikt voor een dag waarop je niet omhoog wilt.
- De afdaling naar de Elzas is een klassieke fietsroute. Wie fietsen meeneemt, kan de camper boven laten staan en naar beneden rijden — maar bedenk hoe je terugkomt.
Reken per standplaats op één actieve dag. Dat maakt van deze zeven etappes een reis van tien tot twaalf dagen, en dat is de versie die de meeste mensen achteraf de beste vinden.
Wat deze route niet is
Dit is geen route voor wie kilometers wil maken. Tweehonderd kilometer in zeven dagen betekent dat je de meeste dagen voor de lunch stilstaat, en dat is precies de bedoeling. Wie een strakker schema wil, kan dezelfde route in vier dagen — maar dan rijd je over de kammen op het moment dat de bussen er ook rijden, en sla je de fermes-auberges over.
De eerlijke kanttekening: in juli en augustus is het kammengebied druk, en op mooie zondagen is de Route des Crêtes een uitgaansroute voor de hele regio. Ga in juni of september. Het weer is dan wisselvalliger en de streek is de helft leger.
Heb jij de Vogezen gereden en ken je een plek die hier zou moeten staan? Deel je route en je overnachtingsplekken met de Nomad for Life-community.



