Er zit iets bevredigends in een nacht die geen geld kost. Je zet de camper neer, je betaalt niemand, en de volgende ochtend rijd je weg met het gevoel dat je iets hebt uitgespaard. Dat gevoel is echt. Het klopt alleen niet met de rekening.
Het punt is niet dat vrijstaan duur is. Het punt is dat de kosten ervan op een andere plek staan dan de besparing. De besparing zie je: vijftien euro die je niet betaalt. De kosten zie je niet, want die zijn eerder betaald of ze zitten verstopt in andere posten.
De installatie eronder, bijvoorbeeld. Wie regelmatig buiten campings staat, heeft zonnepanelen nodig, een accubank die daar iets mee kan, een ruimere watertank en een manier om afvalwater kwijt te raken. Dat is een investering van vaak meer dan tweeduizend euro, die zich pas terugbetaalt na tientallen nachten. Wie er tien per jaar maakt, betaalt in werkelijkheid honderden euro's per gratis nacht.
Dan de omwegen. Water halen, de cassette legen, een geschikte plek zoeken die niet net verboden blijkt. Dat kost brandstof en het kost tijd, en tijd is op een reis van drie weken een schaarser goed dan geld. Een camperplaats van vijftien euro waar alles binnen twintig meter staat, is soms letterlijk de goedkopere optie.
En dan is er wat je opgeeft. Een deel van het vrijstaan is werkelijk mooier: een parkeerplaats aan een fjord om zes uur 's ochtends is niet te vergelijken met rij zeventien op een camping. Maar een deel is dat niet. Een industrieterrein bij een oprit, een nacht half wakker van vrachtwagens, een ochtend zonder douche — dat kies je niet omdat het beter is, maar omdat het gratis is. Dat is precies het moment waarop de besparing je reis begint te sturen in plaats van andersom.
De eerlijke tegenwerping: voor wie honderdvijftig nachten per jaar maakt, klopt de rekensom wél. Dan is de installatie binnen één seizoen terugverdiend, dan zijn de omwegen routine geworden, en dan is vrijstaan niet alleen goedkoper maar ook de reden dat je onderweg kunt blijven. Voor die groep is dit artikel niet geschreven.
Voor iedereen die er twintig of dertig nachten per jaar maakt, is de vraag anders. Niet: wat kost deze nacht? Maar: waar zet ik mijn geld en mijn tijd het liefst in? Soms is dat een plek zonder buren. Vaak is het een plek met stroom, water en een uitzicht dat je bewust hebt gekozen in plaats van geaccepteerd.
Gratis en goedkoop zijn niet hetzelfde. Dat is geen bezwaar tegen vrijstaan — het is alleen een reden om het te doen omdat je het wilt, niet omdat je rekent.
Hoe verdeel jij je nachten over vrijstaan, camperplaatsen en campings? Deel je verhouding en je redenen met de redactie — we zijn benieuwd waar het omslagpunt in de praktijk ligt.



